In juni organiseerden NAV, Enter, Gelijke Kansen in Vlaanderen en de Vlaamse overheid een studienamiddag over de wijzigingen aan de Vlaamse stedenbouwkundige verordening toegankelijkheid van 1 maart 2010.
De wijzigingen zijn, op een detail na, van kracht sinds 31 maart 2011. Dat de behoefte aan informatie groot was, bleek uit de 250 inschrijvingen en de ruim 400 antwoorden die een enquête over het thema opleverde. Op de studiedag werden de belangrijkste wijzigingen toegelicht. De architecten vernamen welke hulpmiddelen voor de toepassing van de verordening er ter beschikking staan. Twee architectenbureaus gaven uitleg over het belang van de regelgeving voor enkele van hun projecten. In een panelgesprek werden enkele veelgestelde vragen van architecten voorgelegd aan experts.

Een basisrecht
Bob Van den Broeck, adviseur gelijke kansen en onderwijs op het kabinet van Vlaams minister Pascal Smet, beet de spits af met een vaak gestelde vraag: waarom nog meer regelgeving? Omdat toegankelijkheid een basisrecht is, luidde zijn antwoord. Uit studies blijkt dat 20% van de bevolking een of andere handicap heeft. Vandaar de relevantie van acties als ‘Red de stoep’, dat de focus legde op obstakels op de stoep die de doorgang voor mensen met een beperking moeilijk tot soms onmogelijk maakt. Toegankelijkheid gaat trouwens veel verder dan handicap, maar kan ook betrekking hebben op tijdelijke beperkingen (gebroken been, kinderwagen, handen vol boodschappentassen) en op de vergrijzing (meer ouderen) en verwitting (meer hoogbejaarden).
Regelgeving is ook zinvol om problemen en dure aanpassingen achteraf te voorkomen. Denk maar aan het dak van het Antwerpse MAS. Pas in een latere fase van het project werd beslist dit open te stellen voor het publiek. Gevolg: de lift gaat niet tot op dat niveau. De grotere mondigheid van de burger zal steeds meer leiden tot procedures tegen bedrijven die onvoldoende voorzieningen treffen voor mensen met een handicap.
Met de verordening wil de Vlaamse overheid ontwerpers ertoe aanzetten om verder te gaan dan de wettelijke vereisten. Vandaar het digitale handboek toegankelijkheid met informatie over extra aspecten zoals signalisatie en kleurcontrasten, dat u kunt raadplegen op www.toegankelijkgebouw.be.
De algemene principes
Fien Van den Abeele van de vzw Enter (Vlaams Expertisecentrum Toegankelijkheid) lichtte de algemene principes achter de stedenbouwkundige verordening toegankelijkheid toe. De verordening geldt alleen voor publiek toegankelijke (delen van) gebouwen in Vlaanderen, waarvoor een stedenbouwkundige vergunning (nieuwbouw, uitbreiding, verbouwing) wordt aangevraagd of een meldingsplicht geldt. Daaronder vallen, naast ‘echte’ openbare gebouwen zoals bibliotheken, culturele centra, administratieve en zorgcentra, ook een beroepspraktijk in een woning, de gemene delen van een appartementsgebouw, handels- en verbruiksruimten, een publiek onthaalgedeelte in een gebouw, kantoorgebouwen.
Niet onderhevig aan de verordening zijn onder andere personeelsruimten, technische ruimten, bergingen, private appartementen in een appartementsgebouw. De verordening geldt uitsluitend voor het eigen perceel.
Wat het toepassingsgebied van de verordening betreft, moeten we een onderscheid maken tussen drie soorten van gebouwen: toeristische verblijfsaccommodaties (hotels, gastenkamers, vakantieparken en –woningen, jeugdverblijven en –herbergen, kampeerterreinen), gebouwen met woonfunctie (meergezinswoningen, studenten(gemeenschaps)huizen, kamerwoningen) en ‘andere’ gebouwen.
De verordening is zoals aangegeven van toepassing op nieuwbouw en op uitbreiding, maar in dat laatste geval alleen op het nieuwe (publiek toegankelijke) gedeelte. Bij een vergunnings- of meldingsplichtige verbouwing zijn alleen de publiek toegankelijke delen waaraan werken worden uitgevoerd, getroffen. Voor alle duidelijkheid: bestaande gebouwen moeten op basis van het de verordening NIET worden aangepast; de verordening geldt pas op het ogenblik dat er daadwerkelijk aanpassingen gebeuren.
Ook legt de verordening geen verplichting op om bepaalde elementen die er niet zijn (bv. toilet, onthaalbalie) te introduceren. Maar als die elementen worden geïntroduceerd, moeten ze wel voldoen aan de verordening als die van toepassing is.
De verordening legt zowel ruwbouwmaten (controleerbaar op het plan bij de vergunningsaanvraag) als afwerkingsmaten (controleerbaar na de uitvoering) op. Ten slotte moeten we zeker vermelden dat u altijd een gemotiveerde vraag tot afwijking kunt indienen. In sommige gevallen is dan een advies verplicht.
De wijzigingen in een notendop
Vervolgens ging Fien Van den Abeele dieper in op de wijzigingen en verduidelijkingen. De wijzigingen (die nagenoeg allemaal gepaard gaan met lichtere eisen dan voorheen) zijn van kracht voor vergunningsverleningen vanaf 31 maart 2011, op één uitzondering na:
- Voor de categorie ‘andere gebouwen’ met een publiek toegankelijke oppervlakte kleiner dan 150 m² wordt het toepassingsgebied uitgebreid van alleen de toegangsdeur naar de volledige toegang, dus ook het toegangspad en de niveauverschillen ter hoogte van toegangsdeur en toegangspad. Deze nieuwe en strengere toepassing treedt in werking vanaf 21 september 2011.
- Voor toeristische verblijfsaccommodaties zijn de normen gewijzigd voor gebouwen met maximum 10 accommodaties. De verplichting om de gemeenschappelijke delen toegankelijk te maken, geldt daar alleen nog voor verbruiksruimten van meer dan 150 m², voor de weg naar deze ruimten en voor het bijhorende sanitair.
- Voor gebouwen met een woonfunctie werd verduidelijkt dat, als ze fysiek een aansluitend geheel vormen, ze samengeteld worden, ook als er meerdere toegangen zijn. Als de toegangsdeuren tot de kamers of wooneenheden zich op maximaal twee niveaus bevinden, gelden de bepalingen maximaal voor de gelijkvloerse verdieping. De eerdere bepalingen met betrekking tot groepswoningbouw werden voor de rest opgeheven. Verduidelijkt is tevens dat de normen voor gebouwen met een woonfunctie gelden voor de individuele voordeur van een appartement of (studenten)kamer aan de zijde van de publieke gang, maar NIET aan de private zijde binnen in het appartement/de kamer. Als deze gebouwen over een toegankelijke lift beschikken, worden ze vrijgesteld van de bepalingen voor trappen.
- Voor gezondheids- en welzijnsinstellingen met kamers of wooneenheden, internaten en strafinrichtingen werd eveneens verduidelijkt dat, als ze fysiek een aansluitend geheel vormen, ze samengeteld worden, ook als er meerdere toegangen zijn.
- Voor alle onder de twee voorgaande punten opgesomde categorieën zijn tijdelijk de regels voor de verdiepingen enkel geldig als er toegangsdeuren tot kamers of wooneenheden zijn op meer dan 3 (in plaats van 2) niveaus. Deze overgangsmaatregel geldt voor alle vergunningsaanvragen, ingediend voor 1 januari 2013.
- Ten slotte zijn er enkele meer gedetailleerde aanpassingen. De eis wordt versoepeld dat in kleedruimtes, pashokjes, toiletten en doucheruimten zowel aan de vrouwen- als aan de mannenzijde één aangepast toilet moet worden geïnstalleerd. Voortaan volstaat één toilet per sanitair blok, op voorwaarde dat dit toilet zich in een neutrale zone bevindt. Met het oog op een normale afwatering mogen looppaden maximaal 2% dwars hellen. Tussenbordessen op hellende vlakken moeten voortaan minimaal 120 x 150 cm (in plaats van 150 x 150 cm) groot zijn, tenminste als er geen richtingsverandering is op het bordes. De minimale vrije hoogte voor deuren na afwerking wordt verlaagd van 2m10 naar 2m09. De draairuimtes aan meerdere deuren in een gang of hal mogen elkaar overlappen. Deuren of toegangen naar door wanden en deuren afgesloten trappenhallen waarin alleen een trap aanwezig is, zijn vrijgesteld van de vereiste van een vrije en vlakke draairuimte.
Hulpmiddelen voor ontwerpers
Kathleen Polders van Enter zette daarna op een rij op welke hulpmiddelen architecten kunnen terugvallen en wanneer die tools uitkomst kunnen bieden. Al deze tools vindt u terug op www.toegankelijkgebouw.be.
Een brochure met een beknopt overzicht van de toepassing, een opsomming van de wijzigingen en de tekst van de verordening komt zowel bij de voorbespreking als bij de uitvoering van pas. Het digitale handboek waarvan eerder sprake helpt bovendien bij het ontwerpen. Een quickscan (digitale vragenlijst) geeft aan waarmee u eventueel rekening moet houden. Een eveneens digitale checklist peilt naar meer concrete gegevens en wordt uitgeprint toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Advies komt in elke fase van pas en is in bepaalde gevallen verplicht.
De adviesbureaus toegankelijkheid vindt u op www.ato-vzw.be (Oost-Vlaanderen), www.provant.be/welzijn/toegankelijkheid (Antwerpen), www.toegankelijkheidsbureau.be (Limburg, Vlaams-Brabant, Brussel) en www.westkans.be (West-Vlaanderen).
Wie meer inzicht wil hebben in de wetgeving of nood heeft aan interpretatie, kan terugvallen op de bijlagen bij de verordening, meer bepaald het verslag aan de regering.
Vragenronde
Na de presentatie van projecten door Gino Debruyne en architecten en door architecten De Vylder Vinck Tailleu beantwoordde een panel van experts enkele vragen die architecten hadden gesteld naar aanleiding van een NAV-internetenquête. Ingvar Van Haelst (Gelijke Kansen in Vlaanderen) legde uit dat gemeenten of provincies de eisen van de bestaande verordening niet strenger mogen maken, maar wel eisen kunnen opleggen met betrekking tot aspecten waarover in de verordening geen uitspraken worden gedaan, bv. de private kamer in een rusthuis. De stedenbouwkundig ambtenaar van zijn kant kan extra eisen stellen als daar redenen toe zijn.
Over de mogelijkheid tot afwijkingen gaf Ingvar Van Haelst mee dat die veelal bij renovaties wordt benut, bv. omdat er onvoldoende ruimte is of omdat er nieuwe technieken als alternatief kunnen worden voorgesteld. Een goede motivatie is dan noodzakelijk. Het toegankelijkheidsadviesbureau kan hierbij ondersteuning bieden.
Op de vraag waarom de toegankelijkheidsvereisten wel gelden voor de toegangsdeur van kamers en appartementen langs de gangzijde, maar niet aan de private binnenzijde, luidde zijn antwoord dat de grens getrokken was bij de handelingsvrijheid van de eigenaar of bewoner. Als die ingrepen wil uitvoeren aan de gangzijde (die behoort tot de gemene delen) heeft hij de toestemming nodig van de mede-eigenaars. Binnen kan hij op eigen houtje beslissen welke maatregelen hij wil doorvoeren.
Jan Desmyter (WTCB) ging nader in op de vraag hoe de eis van maximaal 2 cm dorpelhelling te verzoenen is met de 15 cm die nodig is om een goede waterdichtheid te garanderen. Een goede drempeldetaillering met toepassing van spouwmembranen en een spouwdrainering biedt uitkomst. Meer informatie vindt u in het WTCB-dossier 1/2007 en de WTCB-Infofiche 20.
Sommige respondenten van de enquête signaleerden mogelijke tegenstrijdigheden tussen de toegankelijkheidsverordening en de brandveiligheid. Nico Luyten (LLOX architecten) stelde hen gerust: die zijn er niet. Wel is er wetgeving op komst die de ontwerper oplegt dat hij bij de materiaalkeuze voor vluchtwegen rekening moet houden met de tragere snelheid waarmee minder mobiele mensen de vluchtweg gebruiken.
