In de aanvraag kunnen afwijkingen van de ruwbouwmaten, vermeld in artikel 30, worden opgenomen als in het aanvraagdossier gemotiveerd aangetoond wordt dat na de afwerking van de sanitaire ruimte aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1° ter hoogte van de wastafel, de toiletpot en de douchezone is een vrije en vlakke draairuimte. De ruimte onder de aangepaste wastafel mag meegerekend worden voor de bepaling van de vrije en vlakke draairuimte;
2° in een aangepast toilet:
a) moet voor de toiletpot en na de afwerking en inrichting van de ruimte een vrije afstand van minstens 120 cm gegarandeerd zijn;
b) moet minstens aan één zijde van de toiletpot een vrije transferzone van minstens 90 cm zijn;
c) moet de vrije doorgang tussen de toiletpot en de wastafel minstens 90 cm breed zijn;
d) moet de afstand van de voorzijde van de toiletpot tot tegen de achterliggende wand minstens 70 cm bedragen;
e) moet een wastafel aangebracht zijn waaronder een ruimte is van minstens 70 cm hoog, minstens 90 cm breed en minstens 60 cm diep. Als de wastafel in een inwendige hoek is geplaatst, moet de afstand tussen de as van de
wastafel en de inwendige hoek minstens 50 cm bedragen;
3° in een aangepaste doucheruimte:
a) moet de vloer van de douchezone drempelloos aansluiten op de vloer van de doucheruimte;
b) mag de vloer van de douchezone hoogstens twee procent hellen;
c) moet het vloeroppervlak van de douchezone na de afwerking van de wanden minstens 120 cm op 120 cm bedragen;
d) moet een douchezitje van minstens 45 cm diep en 40 cm breed aanwezig zijn. Als het douchezitje in een inwendige hoek is geplaatst, moet de afstand tussen de as van het douchezitje en de inwendige hoek minstens 45 cm bedragen;
e) moet aan minstens één zijde van het douchezitje een vrije transferzone van minstens 90 cm zijn;
f) moet aan de voorzijde van het douchezitje een vrije ruimte van minstens 120 cm zijn;
g) moet de douchekraan aangebracht worden op een afstand tussen 45 en 55 cm van de wand waartegen het douchezitje geplaatst is.
Verduidelijking bij de inhoud van art. 31.