Een gesloten trappenhal is een volledig door wanden omsloten ruimte waarin enkel de trap aanwezig is. In heel wat gebouwen vormt zij een koker waarin de trap meerdere verdiepingen met elkaar verbindt.
Toegang tot de trappenhal:
Voor de toegangsdeuren tot de trappenhallen is enkel de vrije doorgangsbreedte – en hoogte vastgelegd. Aan de deur moet geen vrije draairuimte en zijdelingse opstelruimte voorzien worden.
Trappen in de trappenhal:
De trappen in de trappenhal moeten aan dezelfde normen voldoen als alle andere trappen (art. 20). De vrije breedte, eventueel de aanwezigheid van een tussenbordes, de verhouding van de treden en de leuningen moeten voldoen.
Enkel voor meergezinswoningen, kamerwoningen, studentenhuizen en studentengemeenschapshuizen is er een uitzondering en worden er geen normen voor de trap opgelegd, op voorwaarde dat er een toegankelijke lift aanwezig is.
Leuningen in de trappenhal:
Het doorlopen van de leuningen aan het begin en einde van de trap over 40cm zorgt in trappenhallen - die over meerder verdiepingen doorlopen en bordestrappen hebben - vaak voor verwarring. Hoe moeten deze concreet uitgevoerd worden? Basisprincipes zijn steeds:
- Buitenzijde bordestrap: aan de start/ einde van de trap loopt de leuning min. 40cm door. In een optimale situatie loopt ze verder door tot aan de toegangsdeur tot de traphal
- Binnenzijde bordestrap: loopt continu door over de verschillende verdiepingen
